"Een hoog Dik Trom gehalte, met veel avontuur, vrijheid en afwisseling," zo beschrijft Erik van Dijk, voorzitter van de Nederlandse loodsencorporatie, het beroep van loods. En hij kan het weten: na 26 jaar vaart hij nog steeds een dag per week mee als loods bij dit bijzondere bedrijf.
Het Loodswezen bestaat inmiddels uit 470 registerloodsen, die als adviseur van de kapitein aan boord zorgen voor een snelle en veilige afhandeling van het scheepvaartverkeer. Continuïteit is belangrijk: het Loodswezen is 24 uur per dag, 7 dagen per week en het gehele jaar op afroep beschikbaar. Van Dijk begon zelf in 1985 bij het Loodswezen: "Na een aantal andere functies ben ik sinds twee jaar voorzitter van de Nederlandse Loodsencorporatie. Elk loodsgebied heeft ook nog z'n eigen regionale Loodsencorporatie. In het beroepsmatige gedeelte van het bedrijf zijn al onze registerloodsen verenigd, waardoor de ledenvergadering het hoogste beslissingsorgaan is. Daarin wordt beslist over alle voorstellen en worden zaken wel of niet goedgekeurd. Die structuur vergroot de betrokkenheid enorm, want iedereen kan meedenken. Het is op en top democratie."
OPLEIDING
Het opleiden van loodsen heeft het Loodswezen beroepsmatig en intern georganiseerd in de stichting Stodel (Stichting Opleiding en Deskundigheidsbevordering Registerloodsen). Van Dijk: "Gemiddeld leiden we ongeveer 20/30 nieuwe loodsen per jaar op. Zij beginnen met een opleiding van 12 tot 14 maanden en gaan daarna in hun regio aan de slag. Vervolgens groeien ze in tien jaar door naar steeds grotere schepen. Dat betekent dat we wat betreft opleiding altijd tien jaar vooruit denken." Geschikte kandidaten voor het Loodswezen hebben een maritieme HBO-opleiding afgerond en aantal jaren varen op hun naam staan. Van Dijk: "De meesten staan voor de keuze of ze doorgaan met varen of iets aan de wal zoeken. Voor die mensen is het loods zijn de ideale baan, omdat je nog steeds vaart, maar wel regelmatig thuis bent." Van Dijk vindt het jammer te zien dat het aantal jaren dat mensen varen, afneemt: "Waar je vroeger gemiddeld 7/8 jaar van je carrière op zee doorbracht, gaan mensen nu soms met 2/3 jaar al de wal op voor een functie. Spijtig, want je leert ontzettend veel van het leven op zee. Ook wij zelf merken dat kandidaten die langer hebben gevaren, bijvoorbeeld vaak een beter probleemoplossend vermogen hebben. Daarom raad ik iedereen aan zeker meer dan 3 jaar te varen, dat is een investering in jezelf die je echt meer mogelijkheden geeft voor je verdere carrière. Ander advies wat ik jongeren vaak geef is na een MBO-opleiding altijd door te stromen naar het HBO. Ook dat vergroot je kansen enorm, want er is volop behoefte aan hoogopgeleid maritiem talent, zeker bij ons. Om die reden hoop ik ook dat de maritieme scholen hun HBO-aanbod blijven uitbouwen en verbeteren, daar kan de Nederlandse maritieme arbeidsmarkt alleen maar van verbeteren."
POSITIEVE SIGNALEN
Van Dijk: "Natuurlijk hebben wij ook last gehad van de crisis: als het in de haven slecht gaat, gaat het bij ons ook minder. We hebben geprobeerd zo goed mogelijk met de situatie om te gaan, door kosten te reduceren bijvoorbeeld, maar zijn wel doorgegaan met het opleiden van mensen om onze continuïteit te kunnen waarborgen. Gelukkig zie ik volop positieve signalen: Maasvlakte 2 zal ons ongetwijfeld meer werk opleveren, net als de plannen voor nieuwe terminals en de zeesluis bij Amsterdam. We blijven dus ook op zoek naar nieuwe loodsen en zijn daarvoor een uitgebreide arbeidsmarktcampagne begonnen om het beroep bij zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijk onder de aandacht te brengen. Dat begint al heel vroeg: we hebben bijvoorbeeld loodsen die als ambassadeurs presentaties geven op de basisschool. We zetten dus al heel vroeg in om het enthousiasme te stimuleren en blijven de doelgroep ook volgen, met de hulp van social media bijvoorbeeld. Op de middelbare school organiseren we onder andere zeevaarstages en ook op de zeevaartscholen zijn we goed vertegenwoordigd, onder andere door een minorprogramma pilotage aan te bieden. Voor dat programma open studenten ook stage en daarbij merken we dat het belevingsaspect het meest effectieve middel is om te laten zien wat een fantastisch beroep het is. Ik probeer zelf ook nu nog minstens één keer per week mee te varen, zo houd ik contact met de werkvloer. Heel belangrijk vind ik dat, zeker ook omdat ik een gekozen functie heb. Daarnaast blijft het ook geweldig weer even met m'n voeten in de 'blubber' te staan!